Beschrijving
IB VL 19 Vleermuis inbouwkast
Deze vleermuis inbouwkast is ontwikkeld voor gevels die worden afgewerkt met gevelbekleding zoals bij HSB (houtskeletbouw) en is geschikt als compensatie voor zomer- of paarverblijven voor vleermuizen.
Bij deze voorziening hoort een afzonderlijk te bestellen front, kies voor het inbouwen eerst de gewenste dikte van de invliegopening. Deze is afhankelijk van de dikte van de gevelbekleding die toegepast wordt. Er is keuze tussen 20 mm dikte (72005) en 28 mm dikte (72006).
De vleermuis inbouwkast is vervaardigd uit FSC®-houtbeton met een watervast verlijmde multiplex achterwand. De IB VL 19 voldoet aan alle eisen van het Bij12 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.
Modulair systeem
De IB VL 19 kan zowel enkelvoudig of met meerdere IB VL 19 stenen horizontaal of verticaal geschakeld worden ingebouwd. Zo ontstaan grotere verblijfsruimtes met meerdere microklimaten.
Geschikt voor diverse vleermuissoorten
De IB VL 19 Vleermuis inbouwkast wordt door verschillende soorten gebruikt, afhankelijk van de lokale populatie, toepassing en het seizoen:
- Paarverblijfplaats:
gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis. - Zomerverblijfplaats:
gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis. Indien gecombineerd met overliggende gevelkast, mogelijk ook geschikt voor één of enkele laatvliegers of baardvleermuis. - Kraamverblijfplaats:
Bij geschakelde toepassing geschikt voor kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis. Indien gecombineerd met overliggende gevelkasten, mogelijk ook geschikt voor kleine kraamverblijfplaatsen van laatvliegers - Winterverblijf (milde winters, geen vorst):
gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis. - Winterverblijfplaats (strenge vorst):
Wanneer geschakeld of gecombineerd met geïsoleerde gevelkasten mogelijk geschikt als winterverblijfplaats van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis.
Opmerking: wanneer één inbouwsteen per locatie wordt toegepast, fungeert deze voornamelijk als zomer- of paarverblijf. Voor gebruik als kraamverblijfplaats dienen meerdere kasten (minimaal vier) geschakeld te worden, zodat een ruimere en meer gevarieerde leefruimte ontstaat. Combinaties met over deze voorzieningen vallende gevelkasten of boeiborden bieden meer verschillende microklimaten en zijn daardoor nog meer geschikt als kraamverblijfplaats.
Overzicht van de genoemde soorten met hun Latijnse namen:
Pipistrellus pipistrellus (gewone dwergvleermuis), Pipistrellus nathusii (ruige dwergvleermuis), Pipistrellus pygmaeus (kleine dwergvleermuis), Eptesicus serotinus (laatvlieger), Myotis mystacinus (baardvleermuis).
Meer informatie over de verschillende vleermuissoorten vind je op Vleermuisnet.













